Nieuwe aanbieders moeten investeren in gedegen krediet- en risicobeheer

‘Meer alternatief krediet verstrekt aan ondernemers’ berichtte het FD (6 september). De groeipercentages laten zien dat steeds meer ondernemers de weg naar niet- bancaire aanbieders voor aanvullend ­financieren en cofinanciering steeds beter weten te vinden.

Die nieuwe aanbieders en hun snelle groei brengen echter ook nieuwe krediet­risico’s met zich mee. Die put moet zo snel mogelijk gedempt worden. Liefst voordat het kalf verdronken is.

Ten opzichte van het buitenland is de markt voor aanvullend financieren in ons land nog relatief jong en onontwikkeld. In absolute cijfers is dat marktaandeel nog te verwaarlozen. De aantallen financieringen en de gemiddelde omvang van de bedragen maken dat de risico’s nu nog redelijk overzichtelijk zijn. Bij ongebreidelde groei kan het beheersen van kredietrisico’s echter snel uit de hand lopen. Dat is ongewenst, zowel voor de continuïteit bij kredietnemers als voor investeerders. Hoe het wat dat aangaat fout kan aflopen, hebben we kunnen waarnemen bij de banken.

Banken hebben op verstrekte financieringen altijd een vorm van proactief kredietbeheer uitgevoerd. Uit mijn eigen ervaring als zakelijk bankier weet ik dat deze manier van risicomanagement nog niet zo lang geleden succesvol was doordat het voornamelijk persoonlijk werd uitgevoerd door accountmanagers met veel kennis van de kredietnemers. Wanneer zich financiële problemen manifesteerden, werd dat vroegtijdig onderkend en werden het persoonlijke contact en de begeleiding overgenomen door ervaren riskmanagers van bijzonder beheer. Die afdelingen zijn enorm gegroeid door de exponentiële groei van de probleemgevallen.

De economische malaise is vaak aangewezen als dé oorzaak voor de aanwas van patiënten op de ‘ziekenboeg’ van de banken. Dat is echter maar ten dele waar. Veel ondernemers kregen ook met bijzonder beheer te maken omdat hun bank het oude vertrouwde persoonlijke en proactieve kredietbeheer veronachtzaamde. Door de transitie van relatiebankieren naar systeembankieren moeten mkb-accountmanagers hun aandacht nu veelal verdelen over vele honderden klanten. De daarmee samenhangende werkdruk leidt tot een toegenomen afstand tot gefinancierde mkb-ondernemers.

Kostenefficiency heeft banken ook steeds meer doen blindvaren op signalen vanuit geautomatiseerde kredietsystemen van de bank zelf. Door afgenomen klantkennis en continue reorganisatieperikelen zijn die automatisch ­gegenereerde risicosignalen vaak niet, of te laat, opgevolgd. Er is onvoldoende tijdig bijgestuurd en met te weinig personele capaciteit om, zoals voorheen, de probleemgevallen persoonlijk en intensief te helpen overleven.

Dat heeft er niet voor niets toe geleid dat er in brede kring onrust is ontstaan over de botte bijl die bijzonder beheer hanteert. De gewijzigde aanpak heeft ondernemers, de banken zelf en uiteindelijk ook de maatschappij schade berokkend. Schade die bij een bewustere klant- en risicofocus wellicht deels voorkomen had kunnen worden.

De nieuwe financiers en intermediairs bieden mkb-ondernemers alternatieven voor bankfinanciering. Veelal doen zij dat met gelden die hun worden toevertrouwd door spaarders of investeerders. Mijn indruk is dat zij zich vooral op de groei van hun eigen kredietportefeuille richten en dat de kredietrisico’s alleen intensief gewogen worden bij het beoordelen van nieuwe financieringen. Op die eerste risicoweging baseren de spaarders en investeerders ook hun vertrouwen en hun rendementsverwachtingen. Om die verwachtingen waar te kunnen maken is ook intensief, gestructureerd en proactief kredietbeheer nodig. Dat is bij de alternatieven nu echter nog zo goed als niet-bestaand.

De nieuwe aanbieders zullen moeten investeren in adequate risicosignaleringen en in tijdige intensieve begeleiding op de persoonlijke manier waarmee banken tot pakweg 2010 hun kredietrisico’s succesvol mitigeerden. Noem het een vorm van zorgplicht om de bij spaarders en investeerders gewekte rendementsverwachtingen ook echt waar te kunnen maken.

Bron: FD