Het regent weer jaarverslagen. Nu de nieuwe corporate goverance code bedrijven vraagt zich te concentreren op de langetermijnwaardecreatie zal het interessant zijn te zien of ook aandacht wordt besteed aan een aantal ontwikkelingen die zorgen baren. Wereldwijd, Nederland niet uitgezonderd, stagneert de groei van de (arbeids)productiviteit, de basis van welvaart.

In het tweede kwartaal van 2016 daalde de arbeidsproductiviteit in de VS met 0,5%. Inspanningen voor innovatie leveren steeds minder op. Het geboortecijfer voor nieuwe ondernemingen is al twintig jaar dalende. Het bestand aan ondernemingen veroudert, de vergrijzing van ondernemingen wordt dit genoemd.

Verontrustend is, volgens het Oeso-rapport The Future of Productivity, dat er een groeiende kloof is tussen een betrekkelijk kleine groep best presterende ondernemingen in de wereld en de rest. Die best presterende bedrijven zijn wat betreft de totale factor productiviteit (arbeid, kapitaal, materiaal, energie) drie tot vier maal zo efficiënt en wat betreft arbeidsproductiviteit zelfs tienmaal zo efficiënt als de rest, in het bijzonder in de dienstverlening. De Oeso vreest dat deze nog steeds toenemende kloof tot verdere politieke onrust zal leiden in de wereld. De Oeso wijt deze groeiende kloof vooral aan het ontbreken van kennisoverdracht van die ‘frontier firms’ naar de achterblijvers, een kennisoverdracht die in de vorige eeuw een belangrijke factor was zowel in de groei van de economie als van de arbeidsproductiviteit.

 

Illustratie: Hein de Kort

De Oeso doet voorstellen voor beleidsmaatregelen, maar gelet op het mandaat van de Oeso ontbreekt daarin de factor kwaliteit van de ceo. Uit onderzoek van Bloom en Van Reenen van de Londen School of Economics blijkt dat kwaliteitsverschillen tussen ceo’s zich, bij overigens vergelijkbare ondernemingen qua omvang, product en land, uiten in een grote spreiding van efficiency. Het verschil tussen bedrijven met goede bestuurders en met niet-goede bestuurders kan oplopen tot wel 100%. Dat wil zeggen dat de beste bedrijven uit hetzelfde aantal uren en dezelfde hoeveelheid grondstoffen tweemaal zoveel producten realiseren als de achterblijvers

Je zou verwachten dat de markt de slechte bestuurders er wel uitwiedt, maar helaas, ‘markets don’t clear’. Een verklaring daarvoor is dat in het systeem van corporate governance onvoldoende wordt gelet op de kwaliteit van bestuurders en management. Het zal interessant zijn de komende jaarverslagen te beoordelen op de daarin gepubliceerde toegevoegde waarde per gewerkt uur of mensjaar en dat te vergelijken met andere bedrijven. Want met die jaarverslagen en de economische groei krijgen we weer een discussie over de beloning van bestuurders. Het is populair, zeker ook bij remuneratieadviesbureaus, de nadruk te leggen op marktconformiteit van bestuurders. Maar het vergelijken van salarisniveaus op basis van omzet, groei en winst verdoezelt de verschillen in kwaliteit van bestuurders en de ware prestatie van de bestuurder, het doen groeien van de productiviteit van de onderneming.

Raden van commissarissen doen er goed aan in de beoordeling van bestuurders de onderneming op het punt van arbeidsproductiviteit te (laten) vergelijken met andere ondernemingen. Dus niet alleen kijken naar het financiële resultaat. Dat is te gemakkelijk te manipuleren door bestuurders. Bovendien ontstaan er zo ook betere argumenten om verschillen in beloning uit te leggen. Dit is te meer interessant nu de vakbond CNV ervoor pleit de loonvorming meer decentraal te doen plaatsvinden. Bovendien dringt DNB aan op loonstijging gerelateerd aan de groei van de arbeidsproductiviteit.

Hier dringt zich een historische parallel op. Na de Tweede Wereldoorlog was Nederland wereldkampioen in het doen stijgen van de arbeidsproductiviteit. Een factor die daarin een rol speelde was de geleide loonpolitiek, waarin bepaald was dat cao-lonen mochten stijgen in lijn met een groei van de arbeidsproductiviteit. Overheid, werknemers en werkgevers zochten naar nieuwe methoden om de arbeidsproductiviteit op te sporen en toe te passen. Dat heeft toen voortreffelijk gewerkt. Nederland stond eind jaren tachtig nummer een in de wereld wat betreft toegevoegde waarde per gewerkt uur. De geschiedenis is niet te herhalen, maar wat wel kan is dat bestuurders worden beoordeeld op hun kwaliteit aan de hand van de efficiency in de bedrijfsvoering en daarmee de ontwikkeling van het productievermogen van de onderneming met oog op de welvaart van morgen. Niemand zal er moeite mee hebben dat een goede bestuurder ook meer verdient. 

Prof. dr. J. Strikwerda is verbonden aan de Amsterdam Business School van de UvA.

Bron: FD 20/01/2017